Basisscholen zijn er wel op achteruitgegaan: zowel lezen, rekenen als taal verslechtert over een langere periode

 

Door Jaap Dronkers en Manon de Heus

 

In de Volkskrant van 8 februari j.l. verscheen een stuk over de kwaliteit van het basisonderwijs. Het CITO beweerde daarin dat de CITO-scores de afgelopen 20 jaar constant zijn gebleven en dat het onderwijs dus ‘heden ten dage niet meer tekort schiet dan 20 jaar geleden’.[1] Wij reageerden daarop in de Volkskrant van 13 februari j.l. dat het CITO hiermee slechts een deel van het verhaal vertelt. Met de PRIMA-cohorten 1999, 2001, 2003 en 2005 lieten wij allereerst zien dat het opleidingsniveau van de bevolking de afgelopen jaren gestegen is (wij tonen dit aan met een tabel die het percentage kinderen in groep 8 naar opleiding van de ouders presenteert). Alleen al op basis van deze demografische ontwikkeling zouden de CITO-scores dus ook moeten stijgen. Als die scores 20 jaar onveranderd blijven, zou dat wijzen op een daling van de kwaliteit van het basisonderwijs. Bovendien toonden wij aan dat het presenteren van gemiddelde CITO-scores zoals het CITO deed, verschuivingen binnen de verschillende sociale milieus ‘verhult’. Alhoewel namelijk de gemiddelde leesscore over deze 6 jaar niet veel veranderde, zijn er wel degelijk verschuivingen binnen de sociale milieus zichtbaar. Zo is de leesscore van kinderen uit de hoogopgeleide milieus licht gedaald, en de score van de kinderen uit de (met name de allochtone) lagere milieus gestegen (voor de kinderen van Turkse/Marokkaanse ouders met een LBO opleiding liep de score zelfs op van 42 in 1999 tot 45 in 2005).

Met de gegevens over de periode 1999-2005 waren deze verschuivingen niet zichtbaar voor reken- en taalscores, ook als gevolg van de korte periode. Dit beeld verandert echter als we de gegevens uit 1997 en 1995 toevoegen. Om dit te kunnen doen, hebben wij gebruik gemaakt van het PRIMA databestand voor de jaren 1995, 1997 en 1999. De laatste twee bevatten ook de scores op taal en rekenen, terwijl alle drie ook CITO totaalscores geven. Gezien het feit deze twee jaren andere score-eenheden gebruikten dan de PRIMA-cohorten 1999-2005, hebben wij 1999 gebruikt om de verhouding tussen beide eenheden te bereken. Op basis hiervan zijn wij in staat geweest de geschatte taal- en rekenscores voor 1995 en 1997 toe te voegen aan het oorspronkelijke 1999-2005 bestand. De reden dat wij dit niet hebben vermeld in de Volkskrant-publicatie van 13 februari is dat wij daarin de focus wilden houden op de hoofdboodschap, en deze niet onnodig wilden verwarren met nevenzaken (het gebruiken van betwistbare omrekening formule om een koppeling mogelijk te maken).

Onderstaande tabel presenteert de scores op rekenen over de periode 1995-2005, uitgesplitst naar sociaal milieu. Zoals te zien is, zijn de veranderingen in rekenscores voornamelijk zichtbaar indien we 1997 vergelijken met de latere jaren. Op de kinderen van overige allochtone ouders met een LBO opleiding na, lijken alle sociale milieus sinds 1997 een daling in rekenscores te hebben doorgemaakt. Deze daling is het grootst (maar liefst 7 punten) voor de kinderen van Turkse of Marokkaanse ouders met een LBO opleiding. Een daling van 4 punten is zichtbaar voor zowel de kinderen van autochtone ouders met een LBO opleiding als voor de kinderen van MBO’ers. De kinderen van de academisch geschoolde ouders vertoonden een achteruitgang van 2 a 3 punten. Deze verschuivingen binnen de sociale milieus tonen wederom aan dat een uitsplitsing hiernaar noodzakelijk is om een goed beeld te verkrijgen van de ontwikkelingen van de CITO-scores over de tijd. De gemiddelde daling in rekenscores van 119 in 1997 naar 117 in 2003 ‘verhult’ immers wederom de dalingen die binnen de sociale milieus zelfs oplopen tot 7 punten, en ‘verhult’ eveneens de stijging die er waarneembaar is bij de kinderen van allochtone ouders met een LBO opleiding.

 

Gemiddelde score op rekenen in groep 8, tevens uitgesplitst naar sociaal milieu

 

1995

1997

1999

2001

2003

2005

Gemiddelde

 

119

116

116

117

117

Ouders met HBO/WO

 

123

120

120

121

120

Ouders met MBO

 

122

117

117

118

117

Autochtone ouders met LBO

 

118

114

114

114

114

Turkse/Marokkaanse ouders met LBO

 

120

112

113

113

113

Overige allochtone ouders met LBO

 

111

112

113

113

114

Bron: Prima data 1995, 1997, 1999, 2001, 2003 en 2005

 

Onderstaande tabel toont de scores op taal over de periode 1997-2005, uitgesplitst naar sociaal milieu. Alhoewel er hier minder veranderingen optreden dan bij de eerdere rekenscores, wordt ook hier wederom duidelijk dat een uitsplitsing naar sociaal milieu absoluut noodzakelijk is. Alhoewel immers de gemiddelde taalscores over de periode 1997 tot 2005 contant bleven, is er bij de kinderen van zowel de autochtone als de allochtone ouders met een LBO opleiding sprake van een fikse daling. Daalden de scores van de autochtonen met 2 punten, de scores van de allochtonen daalden zelfs met 5 punten.

           

Gemiddelde score op taal in groep 8, tevens uitgesplitst naar sociaal milieu

 

1997

1999

2001

2003

2005

Gemiddelde

111

112

111

111

111

Ouders met HBO/WO

112

114

113

113

113

Ouders met MBO

112

112

112

112

112

Autochtone ouders met LBO

113

111

111

111

111

Turkse/Marokkaanse ouders met LBO

110

109

109

109

109

Overige allochtone ouders met LBO

105

110

110

110

110

 

 

Naar aanleiding van beide tabellen over de taal- en rekenscores en de bijdrage in de Volkskrant van 13 februari j.l. kan er dus geconcludeerd worden dat het presenteren van gemiddelde CITO scores niet het gehele verhaal vertelt en dus onvoldoende is. Een uitsplitsing naar sociaal milieu is nodig. Pas dan wordt er duidelijk dat bepaalde groepen wel degelijk een daling hebben doorgemaakt. Deze gegevens tonen slechts het plaatje van een periode van 8 jaar, maar verwacht mag worden dat de veranderingen over een periode van 20 jaar nog veel groter zijn.

 

 

 

 



[1]