Een antwoord op het Volkskrant artikel van Oostdam c.s. van 15 februari 2008.

Jaap Dronkers

 

1. De reactie van Oostdam c.s. mist de kern van ons argument. Dat luidt “als over 20 jaar (in het oorspronkelijk stuk staat ten onrechte 25 jaar) de CITO-scores constant zijn gebleven, terwijl het ouderlijk opleidingsniveau is gestegen, dan moet de toegevoegde waarde van het onderwijs achteruit zijn gegaan. Als over een korte periode (6 jaar of 8 jaar) het opleidingsniveau van ouders al zo veranderd, dan moet je over een veel langere termijn echt betwijfelen of die toegevoegde waarde van het onderwijs niet gedaald is.” De discussie over de feitelijke daling van de CITO-scores per milieu is dus een vraag van tweede orde, en op die minder relevante vraag concentreert zich de bijdrage van Oostdam c.s.. De tevredenheid met onveranderde CITO-scores over die 20 jaar, is onjuist ook volgens Oostdam c.s., hoewel impliciet.

 

2. Overigens dalen binnen die korte periode van 6 jaar ook in de referentiesteekproef van het PRIMA cohort langzaam de scores voor de kinderen van de hoger geschoolde allochtonen (jaar 2004) en stijgen die van de laag geschoolde allochtonen iets sterker. Als deze veranderingen al plaatsvinden binnen die 6 jaar, hoeveel drastischer kan dat uitpakken over 20 jaar. Het is voor mij overigens een raadsel waarom CITO en PPON zelf niet die correctie van hun score uitvoeren. Waarschijnlijk heeft PPON nooit achtergrond kenmerken van ouders verzameld (blinde vlek van psychometrici?).

 

3. Het laatste stuk over de gegroeide problemen met de diversiteit van leerlingen is interessant, maar Oostdam c.s. laten niet de uitkomsten zien als zij dat percentage toevoegen. Ik denk dat het weinig uitmaakt voor de uitkomst van hun analyse. Bovendien is het de vraag of de leerlingen met die problemen in toenemende mate ook aan het PRIMA cohort niet meedoen (net als met de CITO toets).

 

4. Het aantal tweede en derde generatie allochtone leerlingen in verhouding tot het aantal eerste generatie allochtone leerlingen sterk veranderd in die periode van 6 jaar en zeker over de periode van 20 jaar. Zou dat een verklaring zijn voor de stijging van hun CITO-scores? Demografische effecten zijn over het algemeen sterker dan de effecten van verbetering van onderwijs. Oostdam c.s. schrijven wel erg snel de stijgingen toe aan de inspanningen van scholen.