|
1
|
- Jaap Dronkers
- Europees Universitair Instituut
- http://www.eui.eu/Personal/Dronkers
- Ruggengraat van ongelijkheid. Beperkingen en mogelijkheden om ongelijke
onderwijskansen te veranderen. 2007. Amsterdam: Mets & Schilt /
Wiardi Beckman Stichting.
|
|
2
|
- Segregatie is een politieke term: analytisch is de betere term
schoolcompositie, dwz de hoeveelheid leerlingen met veel hulpbronnen
(ouderlijke opleiding, cognitieve bekwaamheid, etc) in klas of school.
- Wat is het referentie punt bij vergelijken van schoolcompositie: in
basisonderwijs: buurt, voedingsgebied van scholen, gemeente; in
voortgezet onderwijs: scholen van hetzelfde onderwijstype in gemeente.
- Differentiatie tussen onderwijstypen is krachtigste vorm van
differentiatie in schoolcompositie in het voortgezet onderwijs.
- Schoolgemeenschap-, locatie-, en onderwijstype-compositie versus
klas-compositie: laatste belangrijker, want daar vindt
leer/onderwijstijd en contactmogelijkheden plaats.
- Schoolcompositie is niet het sterkste onderwijsongelijkheid producerende
kenmerk: dat zijn ceteris paribus cognitieve vermogens, en ouderlijk
beroep en opleiding.
- Schoolcompositie heeft geen duidelijk differentieel effect voor bepaalde
groepen leerlingen, maar individuele leerling kenmerken (ouderlijk
opleiding) zijn ceteris paribus belangrijker dan schoolcompositie
kenmerken
- Schoolcompositie is ceteris paribus het belangrijkste schoolkenmerk,
belangrijker dan die van kenmerken als leerling/staf ratio, salaris
leerkrachten, openbaar/bijzonder, etc.
|
|
3
|
- Twee aspecten: het gemiddelde en de spreiding van hulpbronnen van
leerlingen
- “Beter de minste onder de adelaars, dan de grootste onder de mussen”,
maar dit is niet zonder risico voor de leerling onder aan de ladder
(pond-frog effect).
- Sociaaleconomische schoolcompositie is de belangrijkste hulpbron bij
schoolcompositie (meer ouderlijke opleiding dan inkomen).
- Etnische schoolcompositie (= % leerlingen van een etnische groep) heeft geen
zelfstandig negatief effect naast sociaaleconomische schoolcompositie.
- Etnische diversiteit (=het aantal verschillende etnische groepen) heeft
wel een zelfstandig negatief effect boven sociaaleconomische
schoolcompositie.
- Wel effect: het niet-spreken van onderwijstaal in combinatie met weinig
hulpbronnen (ouderlijke opleiding; cognitieve bekwaamheid):
familie-hereniging
- Immigrantengroepen verschillen in onderwijsprestaties: oost-azie >
europa > west-azie.
- % eenoudergezinnen per school heeft wel zelfstandig negatief effect
boven sociaaleconomische schoolcompositie.
- Geel lineair verband schoolcompositie onderwijsprestaties: 20- 30 %
drempelwaarde.
|
|
4
|
- Schoolcompositie beïnvloedt via de feitelijke onderwijs- en leertijd
onderwijsresultaten door verschil in kans op:
- Verstoring in de klas tijdens lesgeven door meer niet-academische
problemen (= taalachterstand, emotionele problemen, aanpassing, botsing
van culturen)
- Noodzaak van herhaling van de stof, dus minder voortgang en lager
eindniveau
- Lagere en aangepaste standaarden voor het te bereiken onderwijsniveau,
zowel bij leerkrachten als bij leerlingen (pygmalion effect)
- Minder bekwame/ervaren leerkrachten in moeilijkste klassen en scholen
- Minder ouderlijke steun aan onderwijs- en leerproces: sociaal kapitaal,
tijd, hulp
- Meer reparaties van gebreken in ouderlijke opvoeding of in voorafgaand
onderwijs
|
|
5
|
- Het naast elkaar zitten van leerlingen
- Verschil in financiële armslag van scholen (wel in USA door lokale
financiering scholen via grondbelasting)
|
|
6
|
- Uitstel van definitieve keuze, resp. verbetering doorstroommogelijkheden
na voltooiing lagere opleiding is een reëel middel om de gevolgen van
segregatie op te vangen
- Tegengaan van sociaal-economische schoolsegregatie is belangrijker dan
bestrijden etnische schoolsegregatie
- Direct bestrijden van schoolsegregatie roept snel negatieve onbedoelde
effecten op, bv. ‘bussing’ in USA
- Kwaliteitsverhoging van onderwijs in scholen middels verhoging
onderwijs-/leertijd is krachtigste optie # klassenverkleining, nieuw
meubilair (Mozaïek school Arnhem)
|
|
7
|
- Meer lestijd van het standaard curriculum
- Minder leestijd voor de minder belangrijke stof maar alles investeren in
de kernstof
- Handhaving van externe resultaat criteria
- Betere beloning leerkrachten
- Niet meer dan 20% - 30% moeilijke leerlingen per klas (# school).
- Specialisatie van scholen door concentratie op bepaalde etnische groepen
(dus minder etnische di
|
|
8
|
- Grotere diversiteit binnen klassen: meer contact (“ontmoeting”) tussen
leerlingen van verschillende strata en etnische groepen, als aan 5
voorwaarden is voldaan:
- gelijke status tussen de groepen
- gemeenschappelijke doelen
- samenwerking tussen groepen
- steun door wetten en gebruiken
- de mogelijkheden voor het ontstaan van vriendschap
- Deze voorwaarden zijn moeilijk te bereiken. Vandaar Putnams resultaat:
“mensen etnische diverse wijken hebben minder vertrouwen in
buurtgenoten” (ook waar voor Nederland).
|
|
9
|
- Moslim basisscholen: minder dropout en hogere cito toets dan
vergelijkbare openbare scholen met dezelfde schoolcompositie. Vorm van
specialisatie van scholen voor bepaalde etnische groep
- Moslim basisscholen: minder contact met Nederlanders.
- Meer contact op school kan betekenen meer maatschappelijk contact, met
name meer heterogene huwelijken. Het laatste komt relatief weinig voor
in Nederland: slecht teken voor mate van integratie.
|
|
10
|
- Buurt en schoolcompositie zijn met elkaar verbonden, maar zijn niet
gelijk aan elkaar. Het laatste is belangrijker dan het eerste voor
onderwijsresultaten.
- Meer schoolkeuze vergroot niet de mate van schoolsegregatie tussen
openbaar, katholiek en protestant onderwijs, maar wel t.o.v. het
bijzonder-neutraal onderwijs.
- Meer schoolkeuze vergroot wel de mate van segregatie tussen scholen,
ongeacht openbaar of bijzonder, maar verkleint buurtsegregatie.
- Postcode-beleid bij toelating tot scholen vergroot buurtsegregatie door
grotere differentiatie in huizenprijzen, terwijl minder gefortuneerde
ouders minder middelen hebben dit postcode-beleid te omzeilen.
- Vrije schoolkeuze vergroot de onderwijsmogelijkheden voor ambitieuze
ouders en bekwame leerlingen uit de lagere strata. Dat doet dat ook voor
ouders en leerlingen uit de hogere strata, maar in mindere mate omdat
deze al meer vrijheidsgraden hebben.
- Dat laatste is alleen waar als scholen vergelijkbare werkvoorwaarden
hebben, openbare meting van resultaten (Zuid-Duitse länder, Nederland)
kennen en een wettelijk verbod op sociaaleconomische selectie bestaat
(Duitse grondwet).
|
|
11
|
- Openbaar: scholen die direct bestuurd worden door een overheidsinstantie
of door een instantie waarvan de meerderheid van de bestuurders door de
overheid wordt aangesteld, of die in een openbare procedure wordt
gekozen
- Bijzonder: scholen die direct bestuurd worden door een private
organisatie, of door een instantie waarvan de meerderheid van de
bestuurders wordt aangewezen door een private instantie, en waarvan 50%
of meer van kosten van kernactiviteiten door de overheid betaald wordt
(Bv Charter school in USA)
- Privaat: Idem als bijzonder maar minder dan 50%
- Gegeven deze OECD omschrijving is het Nederlandse onderwijs niet uniek
in de wereld: Nederland kent wel weinig openbaar onderwijs
|
|
12
|
|
|
13
|
- Na controle voor ouder en leerling kenmerken en vooral schoolcompositie
zijn private scholen ceteris paribus minder effectief dan openbare in
alle OECD landen.
- Na controle voor ouder en leerling kenmerken en schoolcompositie zijn
bijzondere scholen in een aantal OECD landen ceteris paribus nog steeds
effectiever dan openbaar
|
|
14
|
- In cross-nationaal perspectief zijn bijzondere en vaak ook private
scholen meestal niet rijker, beter toegerust, etc. dan openbare
scholen Hun belangrijkste
voorsprong op openbare scholen is schoolcompositie.
- Bijzonder en private scholen zijn ceteris paribus effectiever voor
leerlingen uit de lagere sociale strata dan openbare scholen. Maar
dit effect is niet bijzonder
groot in vergelijking met de invloed van schoolcompositie.
- Private scholen zouden ceteris paribus de onderwijsongelijkheid tussen
sociale klassen kunnen verkleinen, hoewel in de praktijk de zelfselectie
van leerlingen met een gunstige achtergrond in deze scholen, in
combinatie met de sterke effecten van sociale compositie, de
ongelijkheid eerder zal vergroten.
|
|
15
|
- Bijzonder-neutraal onderwijs en speciale didactiek als versluierde
vormen van schoolsegregatie.
- Postcode beleid vergroot buurt segregatie en vermindert niet
schoolsegregatie.
- Dubbele lijsten met maximum 30 % moeilijke leerlingen
(sociaal-economisch; eenoudergezinnen).
- Puntenstelsel van Catalonie. Het is de volgende optelsom: broers of
zusters op dezelfde school, 40; leeft in schoolwijk, 30; werkt in
schoolwijk, 20; groot gezin, 15; leerling of ouder met fysieke of
psychische problemen, 10; leerling met chronische ziekte, 10; ouder met
sociale bijstand, 10; Leeft in dezelfde gemeente als school, 10.
- Artikel 23 gaat niet over de vrije schoolkeuze door ouders, maar over de
vrijheid om scholen te stichten en subsidie daarvoor te krijgen.
|
|
16
|
- Dronkers, J. en M. Levels, 2007. "Do School Segregation and School
Resources Explain Region-of-Origin Differences in the Mathematics
Achievement of Immigrant Students?" Educational Research and
Evaluation 13:435-462.
- Dronkers, J. & P. Robert, 2008. "Differences in Scholastic
Achievement of Public, Private Government-Dependent, and Private
Independent Schools: A Cross-National Analysis." Educational Policy
22:541-577.
- Corten, R. & J. Dronkers, 2006. "School Achievement of Pupils
From the Lower Strata in Public, Private Government-Dependent and
Private Government-Independent Schools: A cross-national test of the
Coleman-Hoffer thesis." Educational Research and Evaluation 12:179-208.
- Avram, S & J. Dronkers, 2009. Choosing non-public schools. A
cross-national analysis of the propensity of choosing
private-independent or private-dependent schools rather than public
ones. RC 28 paper
|